zaterdag, november 18

Deltapad: Veerse Gat dam

Zaterdag 17 november 2017

Na familiebezoek parkeren we de auto aan de Noordzijde van de Veerse gat dam. Gratis parkeren in deze tijd van het jaar. We hebben deze dam eerder vanuit het zuiden belopen, nu dus vanuit het noorden. We lopen over de dam, en genieten van de mooie, dreigende luchten. Af en toe dreigt het zonnetje met doorbreken.



Bezemkruiskruid, Jakobskruiskruid en Teunisbloem tonen nog bloemen. Halverwege de dam dalen we af naar het strand. Langs het opkomende water wandelen we terug naar het noorden. Hier zijn plaatsen waar de helm tot aan de vloedlijn groeit. Door een slufter wandelen we terug naar de dam. Op de dam lopen we terug naar de parkeerplaats. Het noordelijkste stukje hebben we al gewandeld, na 3 keer is dit kaartje eindelijk af.



Gewandeld: 112,7 + 4,5 = 117,2km
Te gaan: 195,1 - 117,2 = 77,9 km



donderdag, september 7

Grenslandpad: Ell-Thorn

Donderdag 7 september 2017

We parkeren in Thorn, op de grote parkeerplaats even buiten het dorp. De bushalte is er recht tegenover, en we oefenen een kwartiertje geduld. Buslijn 73 zet ons keurig in de Niesstraat in Ell af. Hier lopen we bijna de verkeerde weg het dorp uit. Dat krijg je als je te veel op routine gaat werken.

Al spoedig lopen we tussen de akkers en weilanden richting Hunsel. Fruitteelt is hier geen onbekende, we zien conference peren en verschillende appelrassen. Een van de akkers heet Brunisserhei, maar de boer verbouwt beslist geen hei.
De akkers bevatten vaak mais. Mais betekent vruchtbare of bemeste grond, dus de bermflora is navenant oninteressant. Toch neem ik even de tijd om een groenbloeiende plant te determineren. Ik kom uit op de bastaard adamant.

Deze streek bevat veel eiken, en ook op dt traject komen we veel eiken in de bossen zowel als langs de wegrand tegen. Eiken kennen veel gallen, insecten die in de bloemen, bladeren, takken of vruchten van de boom huizen en zich hier inkapselen. Zie bijgaande foto's voor enkele voorbeelden. Ik snij enkele bruine eikels open en tref in sommigen een witte larve aan. Nazoeken op internet leert dat dit waarschijnlijk de eikelboorder is, een keversoort die een gaatje in de eikels boort, en daar twee eitjes inlegt. De larve eet de eikel van binnenuit op, graaft zich, nadat de eikel in de herfst op de grond is gevallen, 25 cm de grond in. Na de winter verpopt de larve zich en in mei of juni komt de kever uit de pop.

Hunsel is niet ver meer, een relatief onbekend plaatsje en terecht. We wandelen verder richting Ittervoort. Op de Mezenstraat passeren we museum Cuyperhout. De eigenaar toont ons graag wat van de spulletjes. In Ittervoort gekomen strijken we neer op het terras van onze 'stamkroeg', en trakteren we onszelf op ijs, thee en vlaai. Daarna is het vanaf Ittervoort naar Thorn een kippeneindje, en bovendien hebben we dit al eerder gelopen.

Vandaag gewandeld: 9,7 km.
Gedaan: 17,0 + 9,7 = 26,7km.
Te gaan: 276,5 - 26,7 = 249,8 km.

Andricus foecundatrix
Gewone lensgal



woensdag, september 6

Pelgrimspad: Tungelroy - Ell

Woensdag 6 september 2017

We parkeren in Ell op een parkeerplaats bij een paar winkels. De bus stopt praktisch om de hoek, en we hebben nog 15 minuten. De weersverwachting was vanochtend regen, vanmiddag opklaringen. Maar nu de zon 's ochtends schijnt, klimmen we toch maar vast in de benenwagen.

Arriva rijdt stipt op tijd, en met maar 2 minuten overstaptijd is ze dat geraden ook. We wachten zelfs nog 3 minuten op onze overstap in Weert.

In Tungelroy stappen we uit langs de provinciale weg, want de buurtbus naar Tungelroy komt nog steeds niet in het vocabulair van 9292.nl voor. In Tungelroy pikken we direct het Pelgrimspad op. Het plaatsje beschikt over een mooie molen, de Sint Annamolen, die we in het voorbijgaan bewonderen.

Daarna duiken we de landerijen in. Weilanden en maisakkers. Alsof die twee iets met elkaar te maken hebben :-p. Al spoedig wandelen we langs een bosrand. Een gele composiet die ik niet ken, ik ga er even voor zitten maar kom er niet uit. Verder, op pad!
We steken een asfaltweg over en komen bordjes 'de Krang' tegen. Volgens de wandelgids is dit een gevarieerd gebied, en voor een keer is dat niet overdreven. Voor de eerste keer deze vakantie zie ik weer eens niet-alledaagse planten. Wilde hop, valse salie, wilde marjolein en een uitgebloeide wespenorchis.

De Tungelroyse beek valt vies tegen. De grond was met zink bevuild. Voor miljoenen is de grond gezuiverd en de beek meanderend gemaakt. Wat mij betreft had er qua natuurgebied een personenauto naar de Geul heen en weer mogen rijden om wat zaadjes van het zink viooltje en de zinkboerenkers te halen. De beek zal op andere plaatsen best meanderen, maar hier loopt de beek kaarsrecht. De grond is voedselrijk, gezien de aanwezigheid van brandnetel, riet en haagwinde langs de oevers.

In Ell vinden we de auto zonder probleem terug. Het is, op een enkele druppel na, droog gebleven. Dat houden we zo tot we bij de tent terug zijn, daarna begint een gestage regenval. Geen probleem, ik wil toch dit verslagje nog schrijven.

Vandaag gewandeld: 9,0 km.
Gedaan: 8,0 + 9,0 = 17,0km.
Te gaan: 276,5 - 17,0 = 259,5 km.



maandag, september 4

Grenslandpad: Neeritter - Stramproy

Maandag 4 september 2017

We parkeren de auto in de doorgaande straat in Stramproy, vlakbij de bushalte. De bus laat niet lang op zich wachten. Een buurtbusje, en de chauffeur rijdt ons probleemloos naar Neeritter, waar we op een pleintje uitstappen. Het is het pleintje waar we de vorige keer gestopt zijn, dus bekend gebied. We pakken het grenslandpad dan ook moeiteloos op.

Bij de Haardstraat slaan we linksaf; de bewegwijzering is hier prima. Het trace leidt ons door een stuk bos, waarna akkers en weilanden elkaar afwisselen. In deze streek valt op hoeveel mais er geteeld wordt. Vandaag zijn het de grote velden pompoenen die de aandacht trekken.

We steken de grens over en het landschap verandert niet wezenlijk. We blijven verkeersarme asfaltwegen volgen. Even voor Kinrooy stoppen we bij een bruggetje. Bij gebrek aan een bankje op het muurtje van de brug gezeten, peuzelen we onze meegebrachte bammetjes op. Dan slaan slaan we rechtsaf en volgen een smal paadje langs een beek. En oe raadt het al: binnen honderd meter nadat we weer op pad zijn, zien we een bankje staan. En nog een. En nog een.

We geraken in de buitenwijken van Molenbeersel en bezoeken het kapelleke. Ook het rooster van de bus is interessant: de bus rijdt tot aan de grens, en vooral op school- en spitstijden. 9292.nl adviseert ons om van Molenbeersel naar de grens te lopen, en vandaar de bus naar Stramproy te nemen. De grens kan dus door bussen van beiden kanten bereikt worden, maar er zijn geen doorgaande bussen.

Vanuit Molenbeersel volgen we een serie asfaltewegen en grintwegen door de velden richting Stramproy. De kilometertjes lopen gemakkelijk weg, misschien ook omdat we regelmatig een korte rustpauze inlassen.

De bermen onderweg boden o.a. grasklokje, veel streepzaad, tandzaad, kamille, boerenwormkruid, bramen, en reigersbek.

Vandaag gewandeld: 10,9
Gedaan: 3,8 + 10,9 = 14,7
Te gaan: 371,8 - 14,7 = 357,1

donderdag, augustus 31

Pelgrimspad: Sluis - Diesterbaan.

Woensdag 30 augustus 2017

We kwamen hier in Weert om het Grenslandpad te wandelen, maar het Pelgrimspad loopt zo dicht langs de camping dat we bij de VVV in Weert het boekje hebben aangeschaft.

Vanaf de sluis steken we de weg over en dalen schuin af naar de parkeerplaats van de IJzeren Man - de naam in de volksmond van de graafmachine die de zandafgraving uitgroef. De IJzerebn man is nu een recreatieplas. Bij de ingang van het zwembad slaan we rechtsaf en volgen een asfaltweg. De beschrijving in het boekje zegt dat we hier steeds rechtdoor moeten lopen, maar het kaartje in het zelfde boekje toont een stukje dat we evenwijdig door het bos lopen. We kiezen voor het laatste, en slaan na een bruggetje rechtsaf. Even verderop komen we weer op het hoofdpad terug. Op dit stukje ontbreekt bewegwijzering.

Langs het hertenkamp wandelen we verder. Het pad loopt gedeeltelijk samen met een trimbaan, waarvan we er enkele oefeningen uitproberen. Over een tweede bruggetje voert de route ons nog steeds rechtdoor. We passeren een zandafgraving, waar nog steeds zand afgegraven wordt. Enkele nieuwsgierigen worden door medewerkers van een beveiligingsbedrijf gesommeerd het afgeschermde terrein te verlaten.

Pas bij een bordje camping slaan we linksaf. Dit stuk loopt samen met een Libellenroute. Begrijpelijk, met alle vennen en plassen in deze omgeving. Ook kruisen we een streekpad, het Graaf van Hornepad.
Bij de Diesterbaan zit dit korte traject er op. We keren lopend terug naar de camping. Net op tijd voordat een plensbui los barst.

Vandaag gewandeld: 3,9 km.
Gedaan: 3,9 km
Te gaan: 276,5-3,9 = 272,6

woensdag, augustus 30

Grenslandpad: Valentinuskapel - Riethoven / Broekhoven

Maandag 28 augustus 2017

We parkeren in Westerhoven, op en klein buurtparkeerterreintje tussen de woonhuizen. Het hele plaatsje wekt de indruk uit woonhuizen te bestaan: de enige uitzondering die we zien is een gesloten fietsenhandel. We verlaten het plaatsje door de weg te volgen tot de rand van het dorp. Terwijl ik een groot formaat madeliefje probeer te determineren, ontdekt Jos een smal wandelpad langs een beek met de naam Keersop die ons rustig en mooi naar het beginpunt van onze wandeling brengt: de St. Valentinus kapel. Bij de kapel is een oude bron, die uiteraard op de foto gaat.

Een grintweg leidt ons naar een relatief rustige lokale asfaltweg. Aan de overzijde wandelen we door een buitenwijk van Westerhoven. We steken de provinciale weg, de N397, over, en vervolgen onze route over een zandweg. Mul zand, dus vermoeiend lopen.

De bermflora tussen de akkers bestaat uit boerenwormkruid, vlasbekje, koninginnekruid, kamille, fijnstraal, rode klaver, en rolklaver. Allemaal niet bijzonder interessant. Bij Heiereind buigen we even af, om na enkele bochten door de bossen te wandelen richting wandelknooppunt 29.

Daar keren we om, en wandelen binnendoor naar Riethoven. Over de dorpstraat wandelen we terug naar Westerhoven. Deze weg bestaat uit een middenstrook voor de auto's aan beide zijden geflankeerd door een fietsstrook. Omdat de middenstrook te smal is voor elkaar tegemoet komende auto's, rijden deze regelmatig over de beide fietststroken. Een auto dwingt ons om een snoeksprong van de fietsstrook de berm in te maken. Een volgende auto stopt netjes op 'onze' fietsstrook, wacht tot de tegenligger voorbij is, en passeert ons dan. Opvallend is dat de flora in de berm hier interessanter is dan op de heenweg: vrolijke grasklokjes sieren deze berm.


Vandaag gewandeld: 3,8
Gedaan: 3,8
Te gaan: 371,8-3,8=368,0



maandag, augustus 28

Grenslandpad, Thorn - Neeritter; Pelgrimspad, Ittervoort-Thorn

Zaterdag 26 augustus 2017

In Thorn parkeren we op een parkeerplaats net buiten het dorp. Betaald parkeren, maar wel in de schaduw onder jonge bomen.

Een smal voetpad brengt ons in het Witte Dorpje. Voor de deuren van de huizen is vaak een klein mozaiek gelegd. Jos vermoedt dat het mozaiek, bijvoorbeeld een hoefijzer, naar het beroep van een (vroegere) bewoner kan verwijzen. De hobbelige keitjes geven het dorp in ieder geval een prettig klassiek aanzien.

De Abdijkerk, het startpunt van het grenslandpad, is gemakkelijk te vinden. Van hier lopen we over het plein, dat Wijngaard heet, en gaan direct linksaf. Dit weggetje leidt ons omlaag naar een poortje, een immuniteitspoortje: wie hierdoor ging was immuun voor het wereldlijk gezag, want men bevond zich binnen de abdij muren op kerkelijk terrein. De abdij vormde een staatkundig zelfstandig vorstendom dat zijn onafhankelijkheid tot 1794 bewaarde.

We steken een beekje over (de Itter, vermoed ik) en bewonderen het heldere water. We volgen het stroompje het dorp uit. Bij een picknickplaats slaan we linksaf, hoewel hier ook een wit-rode sticker rechtdoor wijst. We steken een bruggetje over, en steken daarmee zonder het ons te realiseren ook de Nederlands-Belgische grens over.

Een informatiebord waarschuwt ons ten minste 25 meter afstand tot de tamme runderen te bewaren. Dat grapje kennen we. Men adviseert in zo'n geval om te lopen. In mijn ervaring is dat een mooi advies dat opgaat zolang de leider van de kudde niet heeft bedacht dat het beste graasplekje zich precies voor de uitgang bevind. Het begin van het natuurgebied Vijverbroek lopen we over een vlonderpad. Verderop is het gras droog genoeg om het zonder vlonderpad te kunnen stellen. In de verte ontwaren we de aangekondigde kudde runderen, uiteraard op een plek waar links prikkeldraad loopt en zich rechts een waterplas bevind. Gelukkig verplaatst de kudde runderen zich bij onze nadering van het prikkeldraad af verder het natuurgebied in. We kunnen zonder probleem passeren.

Bij het verlaten van het gebied hebben we een lastige keuze: er staan twee hekjes met allerhande wandelroutes, maar niet met het grenslandpad. We gokken verkeerd en lopen terug. We vervolgen de route door het vijverbroek over een smal pad. Er komt ons een nieuwe kudde, pardon groep tegemoet. Ditmaal zijn het vrijwilligers met zeisen die iets in het natuurgebied willen doen. Een dame met camera begeleidt hen.

Hierna wordt de route wat saai: tussen de velden met suikerbieten en maisvelden door volgen we het pad tot Neeritter. Vlak voor deze plaats passeren we de Itterborg, een kasteel uit de 16e eeuw dat prive bezit is. Op het pleintje van Neeritter vinden we een bushalte. We besluiten via de paaltjes van het wandelnetwerk naar Ittervoort te lopen. Voor ons is dat een nieuwe ervaring. Eenmaal volgen we een doodlopend pad, en een smal weiland met paarden slaan we als mogelijke route af. We volgen een zandweg en moeten rennen om een gratis douche van een veldsproeier te ontwijken. Door de velden bereiken we Ittervoort. Hier trakteren we onszelf op een ijscoupe. Zonder probleem pakken we het Pelgrimspad op. De route voert ons langs een rustig smal wandelpad naar Thorn. Onderweg maken we een praatje met een hobby boer die twee soortem koeien heeft: blonde aquitanes en Belgische blauwen heeft. Voor we het weten zijn we in Thorn terug.









zaterdag, augustus 5

Deltapad Noord-Beveland

Zaterdag 5 augustus 2017

Enkele weken geleden probeerden we de Veersegat-dam te wandelen. Door regen, wind en gebrek aan regenkleding keerden we terug. Ook voor vanmiddag is de weersverwachting niet onverdeeld optimistisch. Op de N57 is het druk met vakantieverkeer: veel caravans en campers zijn op weg naar hun camping. We parkeren bij de Banjaard, betaald parkeren, en redelijk rustig.

Vanaf de parkeerplaats klimmen we de dijk op, en slaan rechtsaf. Links van ons liggen smalle duinen en strand, rechts vakantieparken. We kunnen direct de route oppakken.


De gewone braam is een van de struiken die hier veel langs het asfaltpad groeien. De besjes zijn droog maar zoet. Enkele rozen hebben reeds bottels. De gewone kruisdistel bevecht zijn plekje met het bezem kruiskruid. De duindoorn draagt overvloedig besjes.

Tussendoor vinden we enkele exemplaren van de zeekool, maar die staat nog niet in bloei.

Bij de Oosterscheldekering maken we letterlijk rechtsomkeert. Onderaan de dijk lopen we terug. Vreemd genoeg groeit hier de dauwbraam, die ik eerder boven had verwacht.

Bij de auto terug besluiten we verder te rijden richting huis. Het idee om nog even een stukje terug te lopen over de Veersegatdam tot het punt waar we de vorige keer terugkeerden, wordt nog even bewaard tot de volgende keer. Ook al is dit kaartje maar 4,5 km, het is nog niet af.






woensdag, mei 24

Moselsteig etappe 14: Reil - Zell

Maandag 22 mei 2017

We parkeren de auto langs de boulevard in Zell, en zijn net op tijd bij de bushalte voor de bus naar Bullay. Gisteravond hadden we de ov-gids van de vrm geraadpleegd. Die adviseerde een reis van 3 uur via Neef. Daarna zijn we zelf gaan puzzelen, en het kan in een uur door in Bullay de trein naar Reil te pakken. In Bullay hebben we een kwartier om over te stappen. Makkie.
In Reil staat bij het station een etappebord van de Moselsteig dat ons niet alleen de etappe laat zien, maar ook vertelt dat de Moselsteig met Europees geld is aangelegd. Ik vraag me werkelijk af waarom de EG gemeenschapsgeld aan wandelroutes wil uitgeven. Een verenigd Europa is mooi, maar dit kunnen landen toch prima zelf regelen? In Nederland gebeurt dit door vrijwilligers, moet Brussel nou echt wandelroutes subsidieren en coordineren?

We wandelen het dorp uit, en slaan linksaf een landweg tussen de wijngaarden in. In de berm groeit een plukje inkarnaatklaver, de bloemen lopen net uit. Vermoedelijk verwilderde exemplaren. We volgen de "kanonenbahn", een spoordijk die door de Pruisische regering is aangelegd om in geval van oorlog snel troepen naar Frankrijk te kunnen verplaatsen. De kosten bedroegen destijds 360 miljoen mark, een kniesoor die daar op let. We klimmen geleidelijk en hebben aldra een mooi uitzicht op het dorp Reil achter ons. We lopen tussen de wijngaarden en sommige rijen wijnranken dragen de namen van kinderen. Jos vraagt zich af of dit een soort schooltuintjes zijn.

Op ongeveer een-derde van de route houden we halt bij het uitzichtspunt Hutte am Leo-Felsen. Er staan een aantal mensen in luid Duits te praten. Ieder heeft recht op zijn pleziertje, jammer alleen dat ik zo lastig kan filmen, want dan komt hun gesprek mee, en als ik dat op youtube wil plaatsen is dat niet netjes. In het Nederlands zeg ik dit tegen Jos, en ja hoor: een van de mensen blijkt Nederlands te spreken. Sta ik mooi voor aap. Als ik vraag of ze stil willen zijn voor een korte opname, willen zet dat met plezier doen. Aardig van ze. Mooi uitzicht over Bullay vanaf dit punt.

We wandelen verder achter de kam van de heuvel, en komen bij de Marienburg. Het lijkt nu een jeugdopvangcentrum of opleidingsgebeuren te zijn. De Moselsteig loopt hier over de burcht, met wat verwarrende bewegwijzering. Gelukkig heb ik de route als gps op mijn mobiel gedownload. We dalen een stuk, lopen langs een asfaltweg en gaan weer omhoog het bos in. We passeren een uitzichttoren (inmiddels als 3e of 4e generatie uitzichttoren op deze plek) met een sprookjesachtig uitzicht op de Moezel aan twee kanten van het schiereiland. Vanaf hier is goed te zien hoe de Moezel zich al slingerend een weg door het landschap zoekt.

Via rotspaadjes dalen we door de wijngaarden af naar Kaimt. We steken de voetbrug over en trakteren onszelf in Zell op een italiaanse ijsje.

Vandaag gelopen: 12 km
Gedaan: 8 + 12 = 20km
Te gaan: 360 - 20 = 340 km



zaterdag, mei 20

Moselsteig etappe 19: Klotten - Treis-Karden

Zaterdag 20 mei 2017

We hebben enkele dagen rust gehouden, vooral vanwege het weer. Het regende of dreigde te regenen. De eerste dag dat we hier wandelden, hebben we de kop afgebeten van de 24 km etappe Cochem <-> Treis-Karden door het stukje Cochem-Klotten te lopen. Vandaag pakken we in Klotten de draad weer op.

Langs de Mosel is het in Klotten gratis parkeren. Als goed Hollandse Randstatter duik ik de eerste lege gratis parkeerplaats in. Ik had beter nog even door kunnen rijden, tot aan het station, want nu wandelen we eerst half Klotten door voor we bij het station de draad van de wandeling weer oppakken. We lopen langs de spoorweg. Jawel, gewoon langs de spoorweg. Nee, geen hekje. Aan hekjes doen we hier niet, niet langs afgronden en niet langs spoorwegen.

Onder een tunneltje door gaan we het Dortebachtal in. Dit dal is een bescherm natuurgebied, met veel verschillende microklimaten en daardoor een grote varieteit aan planten en dieren. Een bord bij de ingang vertelt ons dat dit een plaats is waar een bedreigde hagedissesoort voorkomt. Al spoedig passeren we een ooievaarsbek die me niet bekend voorkomt (teru in het vakantiehuisje, vermoed ik dat dit de 'Blutrote Storchschnabel' is, Geranium sanguineum, de bloedooievaarsbek). Langs en over een beekje komen we op de andere oever. Hier stijgen we, niet heel stijl maar wel gestaag. Af en toe stoppen we even om op adem te komen. We passeren een afslag naar een uitzichtspunt, en laten deze even voor wat het is. Moezeluitzichten verwachten we vandaag genoeg te zien.
Eenmaal boven lopen we langs de rand van het Dortebachtal en akkers. De akkers zorgen er wel voor dat de grond voedselrijk is, dus heel bijzonder is de flora hier niet. Maar de landweg wandelt wel gemakkelijk weg. We steken het landbouwgebied over, en komen weer in een bos. De wintereik valt op als ik de soorten met Nederlandse bossen vergelijk. Wanneer we het bos aan de andere kant verlaten, ligt Kail voor ons. Een rustig plaatsje, waar we even halt houden. Hierna duiken we snel een dal in, dat ons soms langs, soms door een beekje geleidelijk naar beneden voert. We lopen niet helemaal tot aan de Moezel, maar slaan halverwege de wijngaarden linksaf en lopen "op halve hoogte" richting Pommern. Nee, niet het Pommern dat een streek langs de Oostzeekust vormt, maar een rustig plaatsje langs de Moezel.

Hier aarzelen we even. We hebben er ruim 12 km opzitten, wat voor ons in de bergen een mooie wandeling is. Het is drie uur. We kunnen het hier een dag noemen, of we kunnen verder wandelen naar Treis-Karden. We besluiten tot het laatste. Graag hadden we hier op een terrasje een kopje thee gedronken, maar het enige terrasje dat we zien kent een bordje "Geschlossen".

Dan maar weer door de wijngaarden en het bos omhoog. We volgen de Luna-Mars-weg. Een naam die doet denken aan de oude Romeinse goden, en met opzet, want er staat een reconstructie van een oud Romeins heiligdom. Voor het Romeinse heiligdom heeft er op dezelfde plaats een Keltische tempel gestaan. Onderweg komen we verschillende houten beeldsnijwerken tegen in de stijl van de Romeinse tijd. De wijnbouw, zoals de Moezel die nu kent, is volgens de informatiepanelen door de Romeinen hier geintroduceerd.

Het laatste stukje van het traject wordt gevormd door een stijle afdaling. Haarspeldbochtjes in een smal voetpad. Onderweg vallen de lelietjes-van-dalen op. In Karden (Treis ligt aan de andere kant van de Moezel) slaan we helaas net de verkeerde kant af. Jammer, want hierdoor missen we precies het treintje naar Klotten. Een uur wachten = een uur uitrusten. Na 18 km hebben we dat wel verdiend.


Moselsteig:
Vandaag gelopen: 24 km
Gedaan: 8 + 24 = 32 km
Te gaan: 350-32=318 km.

dinsdag, mei 16

Moselsteig etappe 17: Ediger-Eller - Senheim

Disndag 16 mei 2017

In Senheim is een keurig parkeerplaatsje waar we direct de auto neerzetten. De bedoeling is de helft van het traject Ediger naar Beilen te lopen. Ik heb, net als gisteren, last van mijn voet en 16 km is te veel. Jos vindt snel een bushalte. Maar dat is wel de bus richting Cochem, en we willen richting Ediger-Eller. Gelukkig, VRM heeft een app. gisteravond gedownload, laten we hem eens proberen. Ja, over een half uur rijdt er een bus naar Cochem. Vandaar kunnen we naar Ediger-Eller. Maar waarom die omweg? Raadsel. Gisteravond hadden we een andere route.

Wanneer de bus komt, vertelt de buschauffeur dat er een bus vanaf de brug vertrekt die naar Ediger gaat. Wij lopen naar de brug. Daar vertrekt de bus net voor onze neus. Helaas. We besluiten om niet een uur te wachten op de volgende bus, maar het traject in omgekeerde volgorde te lopen. In Nederland zijn de routes 'tegen de richting in' altijd minder goed bewegwijzert dan in de normale richting, maar de bestickering is hier dermate goed dat we dit wel aan durven. We lopen door het dorpje Senhals, bewonderen even het kleine kerkje, steken de weg over en lopen door de wijngaarden geleidelijk omhoog. Beneden ons ligt Nehren. Het lijkt alsof we richting twee gerestaureerde Romeinse graven staan, maar dat is schijn. Er leidt wel een zijweg naar toe, maar die laten we liggen.

Elke wijngaard behoort bij een 'Weingut'. Uiteraard staat dat de naam van de trotse eigenaar op een bordje vermeld. De ranken botten uit. Hoewel we volgens de bordjes verschillende soorten druiven passeren, zien de uitbottende bladeren er voor mij allemaal identiek uit.

De Moselsteig is een populaire route. Een groep van 4 wandelaars, die we op een vorige wandeling zagen vertrekken, zien we nu weer. We ontmoeten ook verschillende echtparen, meest van middelbare leeftijd, die de route wandelen. Een grote roofvogel vliegt een meter of twintig boven ons. In de camera lijkt hij dan toch heel klein. Enkele hagedissen schieten voor ons weg wanneer we langs hun muurtjes wandelen. Ja, dit is jullie terrein. Opnieuw is het een vlinderrijk traject: koolwitjes, parelmoer, citroengeeltje en een erebea.

Geleidelijk dalen we af richting Ediger. Wanneer we denken dat we verder zullen dalen, moeten we opeens steil omhoog langs een wijngaard. Nu weten we in ieder geval wat de wijnboeren hier moeten doen om aan de kost te komen.

We komen tien minuten voor tijd bij de bushalte bij het station. Hier moeten we bus 711 hebben. De chauffeur van een schoolbus vertelt dat die met 5 a 10 minuten komt. Niet dus. We moeten ruim een uur wachten op de volgende bus. Voor 3 euro per persoon mogen we terug. Onderweg stappen nog enkele passagiers in, die gezien hun boze reactie richting chauffeur ook sinds de vorie bus hebben staan wachten.

De auto is kokend heet. Dat is te verhelpen met open ramen en deuren.

Enkele planten onderweg:

Brem

Gewone vogelmelk

Wrattige wolfsmelk,euphorbia verrucosa




maandag, mei 15

Moselsteig etappe 16: Neef - Erdiger-Eller.

Maandag 15 mei 2017

De navigator op mijn mobiel dirigeert ons feilloos naar Zell. Het plan is om vandaag Reil - Zell te lopen. De bushalte in Zell is even zoeken. De moselsteig vinden we zonder probleem. We vinden ook twee bushaltes. Geen van beiden vermeldt echter Reil op het rooster. De vermoedelijk juiste richting vermeldt slechts 3 bussen per dag. De eerste is om half negen, de tweede om half twaalf, en de laatste om half zes. We hebben geen zin om twee uur te wachten en dan te constateren dat we nog ergens moeten overstappen waarvoor we nog eens vier uur moeten wachten. Wat nu?

We besluiten het traject Neef - Ediger-Eller te gaan doen. Dat is per trein te doen, een trein waarvan we weten dat die ieder uur en soms twee maal per uur rijdt. We volgen de moezel terug naar Ediger en parkeren onze auto op een gratis parkeerplaatsje bij een bushalte en in de buurt van het station. Bij de kaartjesautomaat op het station kopen we twee kaartjes. Er hangt een rooster naast dat vermeldt dat de trein om 10:56 rijdt. Dat is over een kleine 10 minuten. Trein? Waarom staat er een tekeningetje van een bus bij? Oh, dit rooster is volgens het opschrift erboven een vervangingsregeling. Er rijden bussen omdat er aan het spoor gewerkt wordt. We haasten ons terug naar de bushalte. De chauffeur ziet dat we ons haasten en is zo vriendelijk even te wachten. We laten onze treinkaartjes zien en mogen mee.

In Neef pakken we de route gemakkelijk op; de zeldzame bruggen over de Moezel fungeren als automatisch trefpunt. Een groepje van vier Duitse wandelaars, die gelijk met ons uit de bus stapten, haalt ons in. Met hun grote rugzakken zien ze er uit als professionele wandelaars die heel wat kilometertjes in de benen hebben. Die professionele uitstraling ontbreekt volledig bij een jong stel, dat ondanks de uitstekende bewegwijzering erin slaagt een verkeerde straat in te slaan. In een hoek van de weg bloeit de knolsteenbreek, saxifraga granulata. Daarmee is de wandeling vanuit flora-oogpunt goed begonnen.

We wandelen door of eigenlijk net langs Bremm. Bij het oversteken van de L107 is het uitkijken geblazen. Geleidelijk klimmen we hoger, en passeren enkele kapelletjes van een staatsieweg. Het bos waardoor we lopen is een gemengd bos met spar, eik, beuk, lijsterbes en een serie bomen die ik niet direct herken. De kruidlaag is vrij spaarzaam, met vooral grote muur en grassen. Regelmatig zien we losse exemplaren van de gele dovenetel. Het is warm en zonnig en de vlinders ontbreken dan ook niet. Koolwitjes, kleine vuurvlindertjes, citroengeeltjes, een apollovlincer en een parelmoervlinder vergezellen ons.

We passeren een uitzichtspunt waar we toekijken hoe een parapenter de lucht ingaat. Niet mijn sport. Verderop passeren we de reconstructie van een romeinse hohentempel. Voor de afdaling naar Ediger bestaan drie mogelijkheden:
a) de klettersteig. De kaart toont hier illustratieve namen als todesangst. Het jonge stel dat in het begin van de wandeling verkeerd liep, haalt ons in en kiest voor deze route. Hm, blijkbaar hebben ze toch meer in huis dan we dachten.
b) de gewone moselsteig route. Deze is, zoals dat in het Duits genoemd wordt, "trettsicher herausforderlich". Gezien onze staat van moeheid kiezen we ook hier niet voor.
c) lokale route 5. Deze daalt geleidelijk af, en het is deze optie die we kiezen. De route is een paar kilometer langer, maar wel veilig. Tijdens de afdaling determineer ik nog een rode silene soort, die we gisteren vaak tegenkwamen. Het blijkt de rode pekanjer, silene viscaria. Eveb verderop groeit een geisoleerd exemplaar van de spaanse zuring, Rumex scutatus.We komen vlak bij de auto uit.

Moselsteig:
Vandaag gelopen: 8 km
Gedaan: 0 + 8 = 8 km
Te gaan: 350-8=342 km.






Moselsteig etappe 19: Cochem - Klotten

Zaterdag 13 mei 2017, Cochem - Klotten.

We verblijven op feriendorf Moselhohe tussem Cochem en Ediger-Eller, en zijn hier gisteren aangekomen voor een verblijf van anderhalve week. Die periode willen we gebruiken om een stuk van de Moselsteig te lopen. Nu lopen er hier verschillende wandelingen met de naam Mosel, van de Moselhohenweg hebben we gisteravond een kilometer bekeken. We beginnen niet bij het begin, en pakken er zomaar een stuk uit. De totale Moselsteig is 350 km. De etappe, of Tour zoals het in de Duitstalige gids genoemd wordt, van Cochem naar Treis-Karden is 24 km, scoort 4 op de 6 qua techniek en 6 van de zes qua conditie. We willen vandaag voorzichtig beginnen, en willen 5 km van de 24 afsnoepen. De resterende 19 kunnen we opknippen in 14 km en 5 aan het eind, of in een keer doen als we aan het eind een superconditie hebben opgebouwd.

Vanochtend doen we eerst wat boodschappen bij de Norma, waarna verder rijden naar Cochem. We parkeren bij het station waar we 2 euro voor de hele dag betalen. Bij het station staat een keurig bordje dat de Moselsteig 600 meter richting brug te vinden is. Op de kaart, die we in Nederland gekocht hebben, hadden we al gezien dat de route over de brug loopt, en volgens het boekje loopt de route richting stoeltjeslift. Nederlandse toeristen lijken hier een bekend fenomeen, want het bordje met sessellift vermeld ook het Nederlandse woord stoeltjeslift.

Volgens het boekje kunnen we bij de stoeltjeslift de beek over steken en omhoog. Dat blijkt precies te kloppen. Een smal bergpaadje loopt hier omhoog. Natuurlijk geven we niet toe aan de verleiding om de makkelijke shortcut van de stoeltjeslift te gebruiken. Het is druk op dit stuk wandelpad, en mensen komen ons zowel tegemoet als achterop. Floristisch vormt de berghelling, met zijn door de zon beblakerde helling een interessant stukje. Veel verschillende planten in korte tijd. Veel ervan herken ik niet direct, maar het is te druk om rustig te gaan zitten determineren. Planten determineren is hier toch al niet eenvoudig: Ik heb geen volledige flora van Duitsland, alleen een Heukels en een tirion plantengids. Die laatste is niet heel nauwkeurig maar bevat wel veel soorten, de heukels bevat alleen de Nederlandse soorten maar is daarin wel nauwkeurig. Soorten die opvallen zijn de Salomonszegel, de cipreswolfsmelk, 2 verschillende varensoorten met kleine blaadjes, en de blauwe sla, lactuca perennis.

Boven passeren we een uitzichtspunt met een mooi uitzicht naar het zuiden over Cochem en de Reichsburg, terwijl we naar het noorden de toren van een ander middeleeuws kasteel ontwaren. We passeren de stoeltjeslift en komen langs een rots met een verhaal over een herder die een verdwaald lammetje, dat op een slecht toegankelijke rots terecht gekomen was, probeerde te redden, maar zelf dodelijk ten val kwam. Het herinnert me aan de gelijkenis die Jezus vertelt over de goede herder, die zijn leven voor zijn schapen geeft. Het pad blijft druk totdat we freizeitpark Klotten passeren. Hierna wordt het rustig en kunnen we meer genieten. Op een bankje eten we de meegebrachte boterhammetjes. Na de lunch wandelen we verder over een smal bospad, dat de rand van het plateau en de berghelling volgt. In de berm van het pad zien we o.a. de wilde akelei en de grote muur in bloei. Mijn oog valt op een plant met zwarte bolletjes, en ik neem aan dat dit de bolletjeskers is, waar ik veel over heb gehoord maar waarvan het de eerste keer is dat deze me opvalt. De hele route zien we vlinders, o.a. vuurvlindertje, oranje tipje en citroenvlinder.

Via een kapelletje volgen we de route, die steeds prima is aangegeven, naar beneden. In de berm groeit een wolfsmelk die ik als euphorbia verrucosa in "Was bluht den da?" identificeer. De route voert ons naar Klotten waar we praktisch langs het station komen. De kaartjesautomaat heeft ook hier zijn intrede gemaakt. Gemakkelijk dat de automaat ook op Nederlands kan worden ingesteld, jammer dat deze in het zonnetje haast niet te lezen is. Na 20 minuten wachten brengt een moderne trein, die zo uit Railaway lijkt te zijn weggereden, ons in 2 minuten naar Cochem.

vrijdag, april 28

Marskramerpad: Woubrugge - Zevenhoven

Vrijdag 28 april 2017

De weersverwachting is somber, maar we trekken er toch op uit. We parkeren de auto in Zevenhocven, het doel van onze wandeling, en nemen de bus naar Woubrugge, waar we afgelopen zaterdag gestopt zijn. De busroute loopt via Alphen a/d Rijn, waardoor we pas om 1 uur aan onze wandeling beginnen.

We lopen net als afgelopen vrijdag, van west naar oost, terwijl de normale richting van oost naar west is. In Woubrugge wandelen we eerst langs het water, maar moeten helaas spoedig naar een asfaltweg uitwijken. Het boekje en de kaart zijn duidelijk: bij de zwetweg rechtsaf. Maar bewegwijzering gaat boven kaart, en de bewegwijzering zegt al op een eerder moment: rechtsaf. We bekijken de situatie. Moeten we hier door een schuur heen lopen? Dat lijkt me iets te veel gastvrijheid. We besluiten ondanks de bewegwijzering rechtdoor te gaan.

Een Poolse vrachtwagen draait met moeite de zwetweg op wanneer we daar onze meegebrachte boterhammetjes verorberen. De zwetweg is goed te volgen. Links en rechst van ons zijn weilanden. Jonge lammetjes met hun moeders. Opvallend: veel moeders hebben twee witte en 1 zwart lammetje. Achter een dijk lopen we uit de wind, maar ook ons zicht op de Wijde Aa is beperkt. Boven ons, of soms naast ons, vliegen de zwaluwen laag. Volgen boerenweerkunde zou dat regen betekenen, maar we houden het droog. Er breekt zelfs regelmatig een zonnetje door. Andere vogels zijn de wilde eend, het meerkoetje, fuut, mantelmeeuw, reiger en kuifeend. Vooral het groepje eilanden voor de Woudse dijk is hoorbaar rijk aan vogelsoorten.

De flora in de bermen is typerend voor het veengebied waarin we ons bevinden: scherpe boterbloem, fluitenkruid, witte en paarse dovenetel, brandnetel, riet. Toch varieert ze per stuk, een eind verder zien we nog steeds het fluitenkruid, maar is de scherpe boterbloem vervangen door de knolboterbloem, terwijl de smeerwortel in grote aantallen voorkomt.

We wandelen door Rijnsaterwoude, en horen hier een graskade met fietspad te volgen. Het fietspad is geschikt voor één soort fiets, nl. de mountainbike. Daar treuren we niet om, het staat ons toe rustig langs de Leidsche Vaart te wandelen. Na Langeraar genieten we van uitzicht over de Langeraarsche plassen. In Papenveer wordt het wandelen wat saaier. We willen een kopje thee drinker bij het restaurant dat in het boekje staat weergegeven, maar een vriendelijke pomphouder vertelt dat dit restaurant is opgeheven. Hij beveelt 'De Sfeerstal' aan, die verderop aan onze route ligt.

De Sfeerstal is gemakkelijk langs de dijk te vinden na de golfbaan, en doet zijn naam eer aan. Met een mix van lokale en buitenlandse ingrediënten weten ze leuke gerechten neer te zetten. Goede bediening. Na ruim een half uur rust te hebben genoten, stappen we op. Over graskades en overstapjes over hekken volgen we het water tot Nieuwveen. Af en toe is het even zoeken, en op een plek blijkt dat we om twee huizen heen moeten. Een gezinnetje met pa en ma waterhoen zwemt voorbij.
Bij een van de overstapjes blijkt dat we een meter naast een broedende zwaan uitkomen. Sorry dat we je stoorden! Gelukkig blijft ze onverstoord broeden en is pa zwaan niet in de buurt. Vogels van de soort boeing fladderen laag over, op weg naar Schiphol.

In Nieuwveen wijkt de kaart iets af van het boekje en de bewegwijzering, we volgen de twee laatste. Na Noordeinde wandelen we langs Arabie. We kijken nu niet meer echt om ons heen: we verlangen naar de auto. We hebben er vandaag 17 km op zitten.

Vandaag gewandeld: 17 km (feitelijk meer, maar we strepen kaart 61 nu helemaal af).
Gedaan: 68,2 + 21,6 = 89,8 km
Te gaan: 360 - 89,8 = 270,2 km

zaterdag, april 22

Marskramerpad: Leiderdorp - Woubrugge

Zaterdag 22 april 2017


De buienradar geeft aan dat er een minieme kans is op een motregenbuitje. Maar met een graad of 10 zou het goed wandelweer moeten zijn. Op pad dus!

Het parkeerplaatsje aan de Doeslaan is volledig bezet. Gelukkig vinden we een plekje on de hoofdstraat. Ook al is het meer dan twee jaar terug dat we hier gewandeld hebben ( 21 maart 2015), vinden we het pad zonder moeite terug. Bij het uitstappen constateer ik dat ik wel mijn flora boeken, maar niet mijn camera heb ingepakt. Helaas, we gaan er niet voor terug. Het is broedseizoen, dus we kiezen de alternatieve route.
De eerste 100 meter loopt langs de autoweg waar we over gekomen zijn, maar daarna is de Ruigkade een smal wandelpad. Evenwijdig aan ons voetpad, gescheiden door een sloot, loopt een fonkelnieuw fietspad. Toch worden we spoedig door fietsbellen aan de kant gemaand door twee voorbijvliegende racefietsers. Ze roepen iets onverstaanbaars. Jos denkt dat ze sorry roepen; ik ben daar wat minder van overtuigd. We passeren twee molens, bij een ervan is de molenaar bezig.
Gelukkig zien we vervolgens enkele toerfietsers gewoon over het nieuwe fietspad rijden. Ons pad loopt midden door uitgestrekte weilanden en de berm staat vol fluitenkruid, raapzaad en pinksterbloem. De oevers van de sloothellingen van het fietspad naast ons zijn blijkbaar nieuw aangelegd, want op veel plaatsen ontbreekt begroeing. Hierdoor is goed te zien hoe ze heel geleidelijk aflopen, ongetwijfeld bedoeld om amfibien de kans te geven te wisselen tussen nat en droog. De vogels boven ons hoofd hebben die hulp niet nodig: de zwaluwen vliegen vandaag laag. We zien een Nijlganzenpaar met jongen zwemmen, en even verderop verjagen we ongewild twee rietganzen. Twee wandelende dames in helgroene jacks komen ons tegemoet. Ze zijn in Duitsland met het Marskramerpad begonnen, en hopen het morgen in Scheveningen af te ronden. Wij vormen voor hen de tweede keer dat ze andere marskramers ontmoeten.

Voor een bruggetje slaan we rechtsaf. Hier wordt aan de weg, of liever gezegd aan de brug gewerkt, maar er is voor een omleiding gezorgd. Het boerenlandpad is opgeheven. Daarmee vermoedelijk ook de hoofdroute van dit stuk Marskramerpad. We komen twee echtparen tegen, die eveneens het Marskramerpad lopen. Blijkbaar is het vandaag goed wandelweer, al betekent het natuurlijk ook dat het Marskramerpad nog steeds een populair lange afstandspad is. De smeerwortel bloeit hier in al zijn kleurschakeringen: wat helder wit, via licht roze tot bijna rood en diep donker paars. We passeren een weiland met koeien, die helemaal door het dolle heen zijn. Is het hun eerste dag in de wei? Ze rennen naar een kant van de wei. Eerst denken we dat ze naar ons rennen, maar even verderop wordt duidelijk dat ze naar de boer rennen. Die staat met een auto gereed. Gratis uitstapje, dames! Alleen vandaag, enkele reis naar het slachthuis! Komt dat zien!

In Hoogmade bereiken we de Does. Als ik als kind hier had gewoond, had ik een aquaduct onder de Does fantastisch gevonden: Mama, ik ben al onder de Does geweest! De Does gaat over in de Kromme Does. Enkele mannen zijn bezig een boom te rooien. Ze wensen ons zon toe bij de wandeling. Ik reageer dat ik al tevreden ben met droog weer. "Ik zal aan je denken!" roept hij gewillig na. We zijn tien meter verder als de eerste druppels vallen. De Kromme Does mondt uit in de Wijde Aa. We volgen een graskade met verschillende overstapjes. Gelukkig is het maar een licht buitje dat spoedig over drijft. Op de Kromme Does zeilt een serie tjalken. Ze maken een prima vaart. Dichterbij zwemmen hele families ganzen inclusief jongen, en enkele futen. Langs de oevers groeit hier en daar heldergeel bloeiende dotterbloem.

Na een korte lunch stop wandelen we verder. Langs de waterkant staat een relatief grote plant met witte bloemen. We nemen de tijd voor determinatie, maar ik kom uit op pinksterbloem. Wel een stuk groter dan gebruikelijk. Vreemd. Dat er veel ganzen zijn, is ook te zien aan de graskade: vol met ganzenpoep. En ik hoor daar nooit over een opruimplicht. Langs de Wijde Aa wandelen we verder richting Woubrugge. Hier krijgen we een echte regenbui over ons heen. Ook ontmoeten we nog twee echtparen die het Marskramerpad lopen.
Woubrugge heeft iets met watersport, dat moge duidelijk zijn. Dure jachten liggen bij de huizen aangemeerd. Bij de brug gekomen drinken we een kopje thee. We overwegen nog even door te lopen naar Rijsaterwoude, maar besluiten het hierbij te laten.


Vandaag gewondeld: 8,4 km (feitelijk meer, maar we strepen maar 1 kaart af).
Gedaan: 59,8 + 8,4 = 68,2 km
Te gaan: 360 - 68,4 = 291,6 km

zaterdag, april 8

Deltapad: Ouddorp - Goedereede

Zaterdag 8 april 2017
Onder een halfbewolkte hemel parkeren we de auto net binnen de bebouwde kom van Goedereede. Dat Goedereede iets met zeevaart te maken heeft, is geen geheim: een boei en een scheepsschroef markeren de ingang van het dorp. We hebben mazzel: de bus vertrekt binnen 10 minuten. De bus brengt ons in 6 minuten naar Ouddorp. De wandeling zal iets langer duren :)

In Ouddorp is het even kijken waar de route ook al weer liep. Dat is een duidelijk nadeel als je een route willekeurig en incidenteel loopt: dit soort bijzaken zakken weg in het geheugen. Bij een molen pakken we de route weer op. De molen is al generaties in handen van familie de Voogd, en maalt voor zowel bakkerijen als particulieren. Het winkeltje lijkt goed bezocht.

De route voert ons niet door het centrum. Jammer. Bij een braak liggend stuk land dat bouwrijp gemaakt wordt, groeit een blauwe smeerwortel. Ik kom uit op de bastaardsmeerwortel, symphytum x uplandicum. Even later komen we nog een smeerwortel met rood witte bloemen, soms naar blauw neigend tegen, mogelijk de iberische smeerwortel, symphytum ibericum,

Al snel verlaten we het dorp. Een fietspad voert ons tussen twee vakantieparken door langs een stuk duingrasland met een bordje "kwetsbaar duingebied". Zelf zie ik het kwetsbare niet zo in, maar Jos merkte terecht op dat het uitlaten van talloze honden in dit gebied snel tot zeer voedzame grond zou leiden. Jos spot een fazant op een heuvel. In de berm van het fietspad bloeien volop blauwe druif, tulpen, fluitekruid, witte dovenetel, paarse dovenetel, en een plant die veel op holwortel lijkt, al kan ik met mijn vinger geen bol bespeuren.

We verlaten het fietspad en lopen tussen weilanden door. De bermen zijn versierd met pinksterbloem, en vooral raapzaad, Vanaf de middendyk hebben we een mooi uitzicht op Goedereede. De stompe toren steekt ver boven de rest van het dorp uit. Het doet me denken aan een voorbeeld dat Jezus in de bijbel aanhaalt:
Want wie van u die een toren wil bouwen, gaat niet eerst zitten om de kosten te berekenen,
of hij de middelen wel heeft om het werk te voltooien?

Wel, blijkbaar niet de bisschop die in de middeleeuwen opdracht tot bouw van deze kerk gaf.

Gewandeld: 106,4 + 6,3 = 112,7km
Te gaan: 195,1 - 112,7 = 82,4 km

donderdag, maart 30

Krijtlandpad: Noorbeek - Slenaken

Donderdag 30 maart 2017

We parkeren in Sjlennert, oftewel Slenaken, op het grote parkeerterrein aan de oostzijde van het dorp. Gratis parkeren in een toeristisch plaatsje, waar vind je dat nog? We hebben het niet uitgerekend, maar hoeven maar 5 minuutjes op de bus te wachten. Die brengt ons naar Noorbeek, en verrassing: de bus stopt precies bij het beginpunt van de wandelroute. Wat een luxe.

We verlaten het dorp over een landweg. Tussen de weilanden door wandelen we over hoog landschap. Het gras kent alleen madeliefjes, maar in de bermen zien we veldkers, speenkruid, gevlekt longkruid, pinksterbloem en grote muur. Het weer is bewolkt en droog. Vanmiddag wordt warm weer verwacht, maar nu is het heerlijk wandelweer. Maar net als afgelopen dinsdag, is het weer minder geschikt voor fotootjes.

Het hotel-restaurant op de Schilberg wordt verbouwd. Al pratend over de lik verf die het gebouw nog verdient, steken we de weg over en komen in een kleinschaliger landschap. Evenals op onze vorige wandeling zien we wit bloeiende struiken, die ik niet determineer. Via leuke paadjes dalen we af naar Slenaken. Als Ingress speler loop ik nog even door de dorpsstraat. We vieren het completeren van het Krijtlandpad door van koffie met vlaai op een terrasje te genieten.

Er is nog een bonustraject tussen Slenaken en Gulpen, maar dat laten we voor een extra vakantie. Morgen weer richting huis. Het pad van Maastricht naar Vaals, en van Vaals terug naar Mastricht, is gelopen. Op het parkeerterrein valt Jos nog een boom met maretak op.

Gewandeld: 84,5 + 5,5 = 90 km
Te gaan: 90,0 - 90 = 0 km

dinsdag, maart 28

Krijtlandpad: Moerslag - Noorbeek

Dinsdag 28 maart 2017.

We parkeren in St Geertruid, gratis in het centrum, vlak bij de kerk, en, voor onze terugkomst, vlak bij de bushalte. Het is zo'n 2 jaar geleden dat we het grootste deel van het Krijtlandpad wandelden. Helaas zijn we er vorig jaar niet aan toegekomen om het af te maken. Deze week, zoals mijn opa zei, zo de Heere wil en wij leven, lopen we de laatste 11 kilometer.
De asfaltweg van Sint Geertruid naar Moerslag loopt langs een floristisch interessante helling. Jos valt als eerste Het Stinkend nieskruid op, dat rijk in bloei staat. Al snel zien we het vrolijk gele speenkruid en de paarse bloemen van de kleine maagdenpalm. Een stukje verder staan de bosanemoontjes te pronken met hun witte bloemen. Een bordje wijst ons linksaf naar Moerslag. Even voorbij dit dorpje komen we op een kruising waar we het Krijtlandpad hervatten. Het speenkruid en de narcissen begeleiden ons het hele pad.

We lopen over een asfaltweg, maar al na 100 meter slaan we voor een boerderij linksaf een zandweg in. Nog even begeleiden de arbeidsvitaminen van een boerenbedrijf ons, maar al spoedig is het getok van een specht onze voornaamste muzikale omlijsting. Twee bomen ter linkerzijde zitten vol maretak. Doordat ze nog bladerloos zijn, valt de maretak goed op. De maretak is een parasiet die ik in Nederland tot nu toe alleen in Zuid-Limburg ben tegengekomen.

De route is goed gemarkeerd, en we hoeven geen enkele keer echt te zoeken. De zandwegen voeren ons naar Mheer, waar we de asfaltweg door het dorp volgen. De kerk is een bezoekje waard. Het kasteel is niet voor toeristen geopend. We hoopten bij de smidse een kopje thee op het terras te drinken, maar die blijkt op maandag en dinsdag gesloten te zijn. De weg voert hier omhoog, en boven houden we even rust. Voor we het weten zijn we in Noorbeek. We komen toevallig vlak bij de bushalte uit, een een inwoonster vertelt ons dat deze over 5 minuten verwacht wordt. Dat is boffen.

Gewandeld: 78,5 + 6 = 84,5 km
Te gaan: 90,0 - 84,55 = 5,5 km